EEN BLIJVEND VERLIES!
Samenvatting: Vanaf de wedde van september 2026 zal de indexering niet langer volledig worden toegepast voor personeelsleden van wie het bruto maandelijkse referteloon op voltijdse basis meer dan € 4.000 bedraagt. Tijdens twee loonmatigingsperiodes wordt de verhoging beperkt tot 2% van een referteloon dat begrensd is op € 4.000. De maatregel is tijdelijk, maar het verlies dat hij veroorzaakt, is dat niet: het niet-toegekende deel van de indexering wordt niet ingehaald en het verschil werkt door in de volgende indexeringen, met een cumulatief effect op de loopbaan en op bepaalde elementen die aan de wedde gekoppeld zijn. Voor de NUOD vormt deze gedeeltelijke indexsprong een rechtstreekse aantasting van de koopkracht. Wij vragen dat deze plafonneringen worden afgeschaft en dat de verloren bedragen volledig worden ingehaald.
Aangezien de spilindex in juni 2026 werd overschreden, worden de wedden, toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt vanaf de wedde van september 2026 met 2% geïndexeerd.
MAAR… de berekeningswijze wordt aangepast wanneer uw bruto maandelijkse referteloon op voltijdse basis meer dan € 4.000 bedraagt!
De Arizona-regering heeft immers beslist om gedurende twee loonmatigingsperiodes een centenindex toe te passen: een eerste periode vanaf 1 juni 2026 en een tweede vanaf 1 januari 2028 (een datum die nog kan worden uitgesteld).
Tijdens elk van deze periodes wordt de indexering beperkt tot 2% van een referteloon dat begrensd is op € 4.000 bruto per maand. Deze maatregel is opgenomen in de programmawet van 30 mei 2026 (BS 1 juni 2026, art. 56 tot en met 63).
Dit betekent dat een personeelslid met een referteloon van € 5.000 bruto slechts een indexering krijgt op de eerste € 4.000: een indexering van 2% levert daardoor een verhoging op van € 80 bruto per maand in plaats van € 100.
Voor een gepensioneerde met een pensioen van € 2.500 bruto wordt de verhoging bij de betrokken indexeringen beperkt tot € 40 bruto in plaats van € 50.
Een verlies vanaf de wedde van september 2026
Door de overschrijding van de spilindex zult u vanaf de wedde van september 2026, wanneer uw referteloon op voltijdse basis meer dan € 4.000 bruto bedraagt, minder ontvangen dan bij een volledige indexering van 2%.
Dit verlies zal zichtbaar zijn op uw betalingsfiche. Voor de personeelsleden die onder het toepassingsgebied vallen, verschijnt op de betalingsfiche onder de rubriek ‘Professionele gegevens’, onder de jaarwedde, de specifieke vermelding: ‘Toepassing centenindex jaarwedde’.
Deze vermelding geeft op transparante wijze de technische aanpassing weer die bij de berekening van uw wedde wordt toegepast als gevolg van deze maatregel.
Zo kan de correctie die als gevolg van deze maatregel op uw wedde wordt toegepast, duidelijk worden geïdentificeerd.
Een aanzienlijk en blijvend verlies
De plafonnering is tijdelijk in haar toepassing, maar niet in haar gevolgen:
- het niet-toegekende deel van de indexering wordt niet automatisch ingehaald;
- latere indexeringen vertrekken van een effectief uitbetaald bedrag dat lager ligt dan het bedrag dat uit een volledige indexering zou zijn voortgevloeid;
- het verschil blijft bestaan zolang geen compensatie- of inhaalmaatregel wordt genomen.
Het gevolg is een blijvend verschil ten opzichte van de loonbasis die bij een volledige indexering zou zijn ontstaan.
En net daar wordt de werkelijke impact van de maatregel vaak onderschat.
U verliest niet alleen een deel van twee indexeringen. U ondervindt ook het cumulatieve effect van dat verschil op de volgende indexeringen en dus gedurende uw verdere loopbaan.
De twee periodes waarin de plafonnering wordt toegepast, hebben dus gevolgen die ook na 2028 blijven doorwerken.
Zelfs bij een gematigde inflatie van 2% per jaar wordt het verlies cumulatief.
Wat betekent dit concreet?
We nemen een vereenvoudigde simulatie: een indexering van 2% per jaar. De onderstaande bedragen zijn indicatief en illustreren het gecumuleerde brutoverlies op de wedde.
Dit is wat het verlies kan betekenen in gecumuleerd brutoloon:
| Bruto maandelijks referteloon | Over 5 jaar | Over 10 jaar | Over 20 jaar |
| € 4.500 | € 1.118 | € 2.697 | € 6.367 |
| € 5.000 | € 2.117 | € 5.062 | € 11.904 |
| € 6.000 | € 4.115 | € 9.791 | € 22.977 |
| € 7.000 | € 6.113 | € 14.520 | € 34.050 |
| € 8.000 | € 8.111 | € 19.249 | € 45.123 |
En wat als we ook rekening houden met het vakantiegeld en de eindejaarstoelage?
Voor het federaal administratief openbaar ambt kan het verlies nog groter zijn: de uitvoering van de maatregel heeft ook gevolgen voor het vakantiegeld, de eindejaarstoelage en de toelagen en vergoedingen waarvan het referteloon deel uitmaakt van de berekeningsformule.
Wanneer Arizona zijn eigen woorden tegenspreekt…
Wat lezen we over de indexering in het federale regeerakkoord?
Daarin staat: “We behouden het principe van de automatische indexering om de lonen te beschermen zodat werknemers hun levensstandaard kunnen behouden, ook wanneer de prijzen van goederen en diensten stijgen. Het is een garantie voor stabiliteit, niet alleen voor de burgers maar ook voor de economie. Het biedt namelijk een belangrijke bescherming aan de particuliere consumptie.”
Ondanks deze verbintenis heeft de regering uiteindelijk een wettelijke beperking van de indexering ingevoerd voor lonen en uitkeringen boven de vastgelegde grensbedragen.
Voor de NUOD is de conclusie duidelijk: het principe van de automatische indexering blijft in woorden behouden, maar wordt voor een deel van de werknemers in zijn gevolgen uitgehold.
“U verliest niet alleen een deel van twee indexeringen. Het ontstane verschil blijft in de tijd doorwerken.”
Het belang van de automatische loonindexering
De automatische loonindexering vormt een essentiële pijler van de bescherming van de koopkracht in België. Hoewel het systeem regelmatig ter discussie wordt gesteld, blijft het onmisbaar om ervoor te zorgen dat de inkomens de evolutie van de kosten van levensonderhoud kunnen volgen.
Dit mechanisme stelt werknemers, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden in staat om de stijgende kosten van levensonderhoud op te vangen zonder dat zij hun inkomen voortdurend opnieuw moeten onderhandelen in onzekere krachtsverhoudingen. Het draagt bovendien bij tot de economische stabiliteit door de consumptie te ondersteunen.
De automatische indexering is dan ook geen luxe, maar een fundamenteel onderdeel van het Belgische sociale model. Zelfs gedeeltelijk eraan raken, betekent dat dit evenwicht ter discussie wordt gesteld.
Een beperking van de indexering leidt automatisch tot een blijvend inkomensverlies. Het loonmatigingsmechanisme is tijdelijk, maar het loonverschil dat daardoor ontstaat, wordt niet automatisch ingehaald en werkt door in toekomstige indexeringen.
Binnen het federaal openbaar ambt heeft deze maatregel bovendien gevolgen voor bepaalde elementen die aan de wedde gekoppeld zijn. De Federale Pensioendienst zal vanaf 2029 bij de berekening van de ambtenarenpensioenen eveneens rekening houden met de gevolgen van de centenindex op de wedden.
Het standpunt van de NUOD
De NUOD verwerpt elke indexsprong, ook een gedeeltelijke, en elke maatregel die het effect van de automatische indexering blijvend vermindert.
Deze maatregel benadeelt rechtstreeks de betrokken personeelsleden en vermindert hun koopkracht. Een deel van de aangekondigde budgettaire besparing leidt bovendien automatisch tot lagere fiscale en sociale ontvangsten uit de bezoldigingen.
Wij verdedigen resoluut het volledige behoud van het systeem van automatische loonindexering, als instrument van sociale rechtvaardigheid, economische stabiliteit en bescherming van de koopkracht.
De NUOD vraagt dat deze plafonneringen worden afgeschaft en dat de verloren bedragen volledig worden ingehaald.
Indexering is geen privilege. Het is een essentieel mechanisme om de koopkracht te beschermen. Zelfs gedeeltelijk eraan raken, betekent dat werknemers zelf een deel van de inflatie moeten dragen.
