Actieve dienst en zware beroepen

Actieve dienst en zware beroepen

0

Mijnheer de Minister, het is tijd om verder te gaan met deze dossiers …

In 2016 hebben we de minister van Financiën ondervraagd over de actieve dienst en het begrip ‘zwaar beroep’ voor douanebeambten.

Op 14 juni 2016 werd het punt “Actieve Diensten” op ons verzoek opgenomen op de agenda van de Sectorcomité II.

Sindsdien hebben we, en dit ondanks onze herhaalde verzoeken, geen nieuws meer over de evolutie van dit dossier en zijn de betrokken douaniers erg bezorgd.

Daarom hebben we in december 2017 de minister van Financiën opnieuw ondervraagd.

Ter herinnering: in dit dossier komen twee kwesties aan bod. De verdediging van de belangen van bepaalde agenten van de douane in de context van de definitie van de moeilijke uitoefening van hun beroep, maar ook, bij voorrang, de regularisatie van een discriminerende situatie in de huidige actieve dienst.

Moeilijke uitoefening van het beroep

In het kader van de moeilijke uitoefening van het beroep werd afgesproken dat de douaneadministratie nuttige gegevens zou doorgeven m.b.t. de aan de gang zijnde discussie rond zware beroepen, zodat de minister van Financiën zijn collega, de minister van Pensioen, kon informeren. Dit dossier keerde niet terug in het Sectorcomité II.

Als gevolg vrezen de betrokken ambtenaren van de Algemene Administratie der douane en accijnzen dat hun situatie niet in aanmerking zal genomen worden. Temeer omdat de ministers die bevoegd zijn voor politie en het leger de bezorgdheden van hun agenten via de media hebben doorgeven aan de minister van Pensioenen.

We hebben de minister nogmaals gevraagd om snel een beroep te doen op zijn collega belast met de pensioenen om zijn aandacht te vestigen op de specifieke kenmerken van bepaalde douaneberoepen die in termen van veiligheid aanzienlijk zijn geëvolueerd.

Regularisatie van een discriminatie

Voor wat de “actieve dienst” betreft, wensen we enkele wijzigingen aan te brengen aan het wetsvoorstel dat onder onze aandacht werd gebracht (versie van sectorcomité II nr. 100 van 14 juni 2016), maar vooral dat het uiteindelijk wordt afgerond. Zodat een einde kan gemaakt worden aan de discriminatie tussen douaneagenten die hetzelfde soort werk uitvoeren.

Er is een gevoel van ontevredenheid, dat werd versterkt toen onze collega’s van de douane zich, als onderdeel van hun veiligheidsmissie, naast politiepersoneel en het militairen op straat bevonden, die ook profiteren van een equivalent van “actieve dienst”.

Het NUOD erkent dat dit project een doorbraak is. Door de inwerkingtreding op 1 maart 2015 (terugwerkende kracht) houdt het echter geen rekening met de diensten gepresteerd door de niveaus B en sommige niveaus C die werden toegewezen aan de diensten die voorheen “opsporingsdiensten” of “motorbrigades” werden genoemd en andere soortgelijke diensten en dat sinds 1993. De algemene wet van 21 juli 1844 op burgerlijke en kerkelijke pensioenen wordt niet aangepast zodat deze agenten niet in deze wet worden opgenomen.

Om hen te belonen voor hun loyaliteit en toewijding aan hun administratie, moet deze anomalie worden gecorrigeerd.

Naast deze veranderingen hebben we ook gevraagd om met hoogdringendheid te zorgen voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Deze dossiers kunnen niet langer worden uitgesteld. Dus durven we te hopen dat er snel concrete antwoorden worden gegeven.

Leave a Reply